Voor de maagballon behandeling
Voorzorg
Onze medewerkers zullen hun uiterste best doen om een voor u zo goed mogelijk resultaat te bereiken. Een goed resultaat kan alleen worden bereikt als u zelf ervan overtuigd bent dat de behandeling kan gaan werken. De internist zal u tijdens het consult op de hoogte stellen van passende voorzorgsmaatregelen.
Verdoving
Eerst wordt met een keelspray de keel verdoofd om de zogeheten ”wurgreflex” tegen te gaan. Vervolgens krijgt u een licht slaapmiddel toegediend waardoor u niets van het plaatsen van de maagballon merkt.
Keelspray
Door de verdoving met keelspray voelt de keel dik aan. De keelspray is noodzakelijk omdat de maagballon via de mond in de keel wordt ingebracht.
Licht slaapmiddel
Via een infuusnaaldje in de arm krijgt u vervolgens een licht slaapmiddel toegediend. U voelt zich dan een beetje slaperig en merkt niets van het plaatsen van de maagballon. Dit roesje schakelt voor even uw korte termijn geheugen uit waardoor u zich achteraf van de behandeling niets herinnert.
De maag moet voor de behandeling leeg zijn omdat voedselresten het zicht tijdens het plaatsen van maagballon kunnen belemmeren. Daarvoor zult u vooraf met een aantal dingen rekening moeten houden:
- U dient nuchter te zijn. Dat wil zeggen: als u voor 12:00 uur in de middag behandeld wordt mag u vanaf 24:00 uur de nacht ervoor niets meer eten. Het is wel verstandig om die avond tussen 22:00 en 23:00 uur nog iets te eten, bijvoorbeeld een broodmaaltijd. Het drinken van twee glazen water of thee is toegestaan tot twee uur voor de behandeling.
- Vindt de maagballonplaatsing na 12:00 uur in de middag plaats dan mag u ’s ochtends om 07:00 uur nog twee beschuiten met jam eten. Het drinken van twee glazen thee of water is toegestaan tot twee uur voor de behandeling.
Naar de kliniek
Meer algemene adviezen voordat u naar de kliniek gaat zijn:
- Laat sieraden en horloge thuis of geef ze aan uw begeleider. De kliniek is niet aansprakelijk voor verlies of diefstal.
- Trek gemakkelijk zittende kleding aan.
Begeleiding
Zorg er altijd voor dat iemand u naar de kliniek brengt en weer ophaalt en dat u thuis de eerste dagen hulp krijgt als dat nodig is.
